Pieter Westdijk

Mijn naam is Pieter Westdijk en ik hou van muziek die me raakt, van klassiek tot underground, van jazz tot punk, van country tot heavy metal, van blues tot gregoriaans en vooral van folk. De liefde voor muziek heeft zijn wortels in het majestueuze geluid van kerkorgels. De manier waarop de psalmen en gezangen werden gezongen vond ik vaak vreselijk, maar ik genoot van de intro’s en interludiums. Mijn vader zong altijd boven alles uit en zong precies wat er stond – dus geen kwart noot als er een hele noot stond. Ik was daar trots op en schaamde me er ook een beetje voor.

In 1972 ging ik rugbyen. In de derde helft van de wedstrijden werd er veel gezongen (en gedronken). Een aantal van die liedjes stonden ook op het repertoire van The Dubliners. Na het eerste concert dat ik van hen bijwoonde, was ik voorgoed besmet met het folk-virus. Mijn eerste instrument was een tenor banjo. Later kwamen er verschillende andere snaarinstrumenten bij.

In de jaren negentig zong ik in het Fredeskoar Littenseradiel. Ook speelde ik daar gitaar, banjo en mandoline. Begin 2001 richtte ik met twee andere mannen het Shantykoor De Vliegende Hollander op. Inmiddels bezocht ik regelmatig de concerten van Music Inn Sneek, waar ik Dave Tearney leerde kennen. In 2010 werd ik lid van “zijn” folkkoor Rolling Home. Later vroeg hij me om te komen spelen bij Dameskoor the Fair Maidens. Toen Dave me vroeg om mee te doen met een groep zangers en muzikanten in een show met liedjes uit en over oorlogen zei ik meteen zonder aarzelen ja. Ik geniet van de oefenavonden, de optredens en het onderlinge respect en de warmte van mijn vrienden in The War Show.